George van Raemdonck

“George van Raemdonck, de ambassadeur van de Vlaamse spotprentkunst in Nederland”. zo kunnen we het lezen in het boekje dat Karel De Decker over hem schreef in de reeks Vlaamse Toeristische bibliotheek van de VTB nr. 161 van mei 1973, een eretitel welke Van Raemdonck zeker verdiende.

Wie was echter deze man?  De meeste zullen de schouders ophalen, misschien dat er in Boechout nog enkele oudere mensen zijn die hem gekend hebben, maar de rest …

George van Raemdonck werd geboren te Antwerpen op 28 augustus 1888 als zoon van een welstellende familie, zijn vader was apotheker op het Hopland te Antwerpen maar scheen zich wel liever met schilderen bezig te hebben gehouden dan met pillendraaien.

Van zijn prille jeugd weten we niet zo heel veel, George groeide op in de havenstand onder toezicht van een strenge vader en een Franse moeder.

Toen hij 15 was, werd hij ingeschreven in de Academie te Antwerpen en volgde er lessen van 1903 tot 1908.  Van 1908 tot 1914 studeerde hij aan het Nationaal Hoger Instituut voor Schone Kunsten te Antwerpen en volgde er landschapschilderen o.l.v. Frans Courtens.

Eigenaardig genoegd wil hij van tekenen of schilderen zijn beroep niet maken maar is wel van plan in de muziek zijn heil te zoeken en volgt daarom viool aan het Conservatorium en bezoekt vele concerten.  Ondanks zijn virtuositeit met de viool kan hij de top in de muziekwereld niet bereiken, hij stopt dan ook met deze carrière en legt zich terug toe op het tekenwerk.

Op 29 juli 1909 nog tijdens zijn studies aan het Hoger Instituut verlaat hij het ouderlijke huis en gaat in Zwijndrecht bij Antwerpen wonen en leeft er als een echte bohémien.  In deze periode maakt hij vooral schilderijen waaronder verschillende unieke werken.

Op 12 april 1913 huwt hij te Zwijndrecht Adriana Denissen en op 21 februari 1914 wordt hun eerste dochtertje Pauline geboren.

 

Bij het uitbreken van de oorlog in augustus 1914 vlucht Van Raemdonck met zijn gezin naar Nederland zoals vele Belgische kunstenaars (Marnix Gijsen, Jef Van Hoof, Oscar Van Hemel…) hij vlucht dus niet naar Engeland zoals wel eens foutief wordt beweerd, daar was hij slechts korte tijd in 1913, voor zijn huwelijk.

Dat hij niet bij de pakken blijft zitten, merken we aan de tentoonstelling die hij reeds op 20 november 1914 organiseert in Bloemendaal en een beetje later in Amsterdam.  Hij vindt werk bij ‘De Amsterdammer’ als karikaturist (kartoenist).  Op 6 december 1914 verschijnt in dit blad zijn eerste politieke tekening ‘De nijvere Bertha’.

Illustratie de “nijvere Bertha” uit “De Amsterdammer” 6 december 1914.

Op 22 februari 1916 wordt de tweede dochter geboren Anna.

Het is in mei 1917 dat van Raemdonck kennis maakt met de schrijver A.M. De Jong.  Deze ontmoeting leidt vlug tot vriendschap.  Het is dan ook niet verwonderlijk dat zo veel boeken van De Jong door Van Raemdonck werden geïllustreerd.

Doch buiten deze boekillustraties bleef hij verder werken voor de krant en verluchtte hij ook werk van andere schrijvers o.m. in 1919 een kerstvertelling van Felix Timmermans.

In mei 1922 beginnen de twee vrienden-kunstenaars De Jong-Van Raemdonck aan een nieuw project, nl. het stripverhaal  ‘Bulletje en Boonestaak’.  Op 2 mei 1922 verschijnt de eerste aflevering in ‘Het Volk’ en deze loopt tot 17 november 1937 in ‘Het Volk’ en in ‘De Voorwaarts’.  De tekst was steeds van A.M. De Jong en George maakt in de 15 jaren 8.856 tekeningen voor het stripverhaal.  Het stripverhaal deed in die periode ook heel wat stof opwaaien dor de gebruikte spreektaal, de scheldwoorden en ook wel de rauwe tekeningen (zoals het tekenen van verminkte lichamen, soms bloot! …) en de gebruikte motieven zoals slavernij, kolonialisme, imperialisme, anti-militarisme, kapitalistische woeker, invloed van de godsdienst, …

Het succes van de strip was zo groot dat de bekende firma Van Nelle een reeks boekjes uitgaf met in totaal 178.441 exemplaren.  In deze versie werd hier en daar een toegift gedaan zoals b.v. een zwembroekje voor de zwemmende vrienden Bulletje en Boonestaak of het vervangen van een rover, Zwarte Jack, die in het oorspronkelijk verhaal een dominee was, door een sheriff…

Tussen 1951 en 1959 werden er een 18 deeltjes herdrukt bij de N.V. Arbeiderspers te Amsterdam en in 1968 tot 1974 nog een 5-tal deeltjes bij dezelfde uitgeverij.

In de jaren 1925 tot 27 wordt er door de firma Van denBergh, fabrikanten van de Blue Bandmargarine een tijdschrift uitgegeven dat weerom de twee vrienden van een stripverhaal voorzien nl. ‘De avonturen van Appelsnoet en Goudbaard’ twee kabouters die zeer spannende avonturen voor jonge kinderen beleven.

En zo gaat dat tekenwerk maar door in Nederland tot van Raemdonck besluit terug te keren naar België en op 12 november 1928 dit ook daadwerkelijk doet.  Hij vestigt zich eerst terug te Zwijndrecht en daarna te Antwerpen in de Stefaniestraat nr. 71.  Wat in Nederland als bijna vanzelfsprekend was, moet hij thans in België terug bewijzen.  Van een onbekende Belgische vluchteling tot een bekend en gevierd tekenaar worden.

Van Raemdonck tekent vooral ’s avonds en ’s nachts terwijl hij in de dag rustig de krant leest en/of in zijn tuin werkt.  Tekenen beschouwt George niet volledig als kunst, schilderen dat is kunst en daar kan hij in België terug meer starten, in Nederland ontbrak hem de tijd.

In 1931 organiseert men in Antwerpen een tentoonstelling van zijn schilderwerk.

Op 30 januari 1933 wordt Hitler beëdigd als Rijkskanselier en vanaf dat moment beginnen van Raemdonck en De Jong een strijd tegen het facisme met hun potlood en pen., in ‘De Notenkraker’ verschijnen tot 1935 regelmatig anti-fascistische stukjes.

Ondertussen schrijft De Jong ‘Marijntje Gijzens jonge jaren’ waarvoor van Raemdonck  de omslagen tekent.  In 1936 begint men aan de verfilming van deze boeken, film die op 17 september 1936 in première gaat.  Als we in de reeks Gijzen-boeken nl. ‘Een knaap wordt man’ goed tussen de regels lezen, zien we dat Marijntje die kennis maakt met de schilder Moonen, in werkelijkheid met Van Raemdonck kennis maakt die duidelijk model stond voor deze verhaalfiguur.

Op 29 oktober 1938 verhuist van Raemdonck van Antwerpen naar Kapellen en later naar Edegem.  De dreiging waarvoor beide kunstenaars jarenlang hadden gewaarschuwd, werd werkelijkheid en Hitler valt zoals bekend achtereenvolgens zijn buurlanden aan met alle gevolgen vandien.

In 1942 wordt De Jong door de Duitsers aangehouden als preventieve gijzelaar en in 1943 terug vrijgelaten vanwege zijn schildklierzwelling.  De Jong die niet in de verzetsorganisatie zit, helpt toch zoveel hij kan politieke vluchtelingen en joden.  Ook zijn anti-fascistische uitlatingen zijn niet onbekend.  Op 18 oktober 1943 wordt hij dan ook uit wraak door twee Nederlandse SS-ers vermoord in zijn woning te Blaricum.

George moet nu alleen voort.

In Antwerpen krijgt hij steeds meer bekendheid als portretschilder. Na de oorlog verschijnen er politieke tekeningen van van Raemdonck in ‘De volksgazet’, ‘Vooruit’ en ‘Paraat’.

In 1947 vestigt hij zich te Boechout in de Dr. Theo Tutsstraat nr. 39.

Er onstaat nu een nauwe samenwerking tussen Jef Van Droogenbroeck en van Raemdonck.  Het eerste stripverhaal van L. Roelandt (Ps. Van Droogenbroeck) en George na de oorlog vervaardigen is ‘Tijl Uilenspiegel’ naar het verhaal van De Coster.  George tekent hiervoor 971 illustraties.  Het verhaal verschijnt in 1964 in ‘Vooruit’ en wordt met minder tekeningen in boekvorm uitgegeven.  In 1980 wordt dit herdrukt.

Eveneens in ‘Vooruit’ verschijnen ‘Smidje Smee’ een volksverhaal met 143 prenten en ‘Robinson Crusoë’ naar het boek van Defoe met 291 tekeningen. Door ziekte wordt het stripverhaal over de schepping maar voor een klein gedeelte verwezenlijkt en het stripverhaal van ‘Reinaert de Vos’ kon door de dood van van Raemdonck in 1966 niet meer worden gerealiseerd.  L. Roelandt overlijdt in 1979, hij genoot vooral bekendheid als vertaler o.a. van werk van Jan Wolkers in het Frans.

 

Het is ook in de periode 1948 -1958 dat hij illustraties maakt voor de tijdschriften ”t Duifke lacht’ en ‘Pigeon rit’ wel bekend in de Duivensport en in ‘De Radioweek’ een tijdschrift van het toenmalig ‘N.I.R.’ met artikels over muziek, componisten, het radioprogramma e.d.  van Raemdonck maakt hiervoor een groot aantal portretten in houtskool van componisten.

 

In 1958 werd George 70 jaar, wat een groot feest betekende te Boechout.  Frans Schijvens sticht  een ere-comité met o.a. Gravin Moretus de Boechout,  generaals Thomas en Piraux, componist Jef Van Hoof, schrijver Eugène De Ridder.

Eugène De Ridder, George van Raemdonck en Jef Van Hoof.

Iedereen is aanwezig in feestzaal Doornboom (thans bakkerij Tijl in Boechout), de fanfares blazen het hart uit hun longen , er worden feestredes uitgesproken door o.a. Eugène De Ridder en de 92-jarige Floris De Cuyper.

Dat van Raemdonck het in Boechout naar zijn zin had, kunnen nu nog de bierkaartjes getuigen die hij vol tekende met karikaturen van de stamgasten in het café van Jos Verbruggen, op de hoek van zijn straat dat  eveneens het stamcafé van George was, waar hij ’s avonds zijn pintje dronk.  Verschillende tentoonstellingen volgden zich nog op o.a. in 1954 en 1957 en in 1964 in Bergen-op-Zoom.

De laatste jaren van zijn leven woont van Raemdonck in het bejaardentehuis van de H. Familie te Boechout waar hij op 77-jarige leeftijd, op 26 januari 1966 overlijdt.  Nog steeds kan men in het erepark van het Boechoutse kerkhof zijn graf bezoeken.

Van Raemdoncks tekenwerk dat door sommigen als ouderwets werd aanzien, hij deed niet mee met de modernen van zijn tijd, getuigt echter van een uiterste zorg voor detail, details die bij het bekijken van de tekening nog meer gaan boeien en verwondering en bewondering oproepen.

Hij was een groot kunstenaar, een boeiend kartoenist en een fijne schilder.

Samengesteld door Ronald Vanoystaeyen, verantwoordelijke organisator van de George van Raemdonckkartoenale te Boechout.

meer info op  lambiek.net

 
__________________________________________________________________________________

George van Raemdonck – kartoenist/striptekenaar/ schilder.

 

George van Raemdonck, werd geboren op 28 augustus 1888 in Antwerpen waar hij reeds op 15-jarige leeftijd academie volgde. Op 12 april 1913 huwde hij Adriana Denissen te Zwijndrecht waar hij verbleef tot aan het uitbreken van de eerste wereldoorlog. Op 9 oktober 1914 vluchtte hij met zijn gezin naar Bergen-Op-Zoom vanwaar zijn echtgenote afkomstig was. Later bouwde hij zich een woning, naar eigen ontwerp, te Halsteren waar hij lange tijd verbleef. Reeds vanaf 6 december 1914, dus tijdens en na de eerste wereldoorlog, tekende hij “scherp hekelende gedachtengroepjes”, politieke prenten voor “De Amsterdammer” (later “De Groene Amsterdammer”).

In zijn artikel “De spotprent in Vlaanderen van Breugel tot nu” zegt Karel De Decker :”George van Raemdonck was echter een bijzonder man. Hij kon sprookjes tekenen. Hij kon Bulletje en Boonestaak tot leven brengen, al kon hij daarnaast ook haten met een volmaakte haat, wat in zijn prikkelend spotprentwerk meermaals tot uiting kwam.”

Buiten zijn politieke kartoens had hij eveneens zeer vlug nl. op 20 november 1914 een eerste tentoonstelling van zijn schilderijen in Bloemendaal en een beetje later in Amsterdam.

In een artikel van Danny De Laet uit 1978-79 vinden we wat meer uitleg over George van Raemdonck als striptekenaar. Zoals bij zovele Vlamingen kunnen we ook bij van Raemdonck zeggen dat hij geen sant in eigen land was maar in het buitenland beroemd. Een groot kunstenaar die in eigen land onrecht wordt aangedaan. Hij was een groot schilder en daarvan zijn we ons hier wel bewust maar dat hij tevens een groot kartoenist en striptekenaar was dat wisten ze en weten ze schijnbaar hier nog altijd niet. Hij is als Vlaming in de Nederlanden de pionier van het beeldverhaal.

Willy Van der Steen, Marc Sleen, Bob de Moor … worden terecht “de vaders van het stripverhaal” genoemd maar zij waren niet de eerste Vlaamse stiptekenaars. Het beeldverhaal heeft bij ons een moeilijke weg afgelegd. Voor de oorlog waren en op enkele uitzonderingen na geen echte jeugdbladen. Het waren dan ook in het begin vooral buitenlandse publicaties die deze zogezegde stripbladen vulden. Pas toen hier onder invloed van de Amerikaanse strips in de jaren dertig de echte magazines voor kinderen ontstonden zoals “Zonneland” en “Ons Volkske” kregen de auteurs en tekenaars van eigen bodem een kans. In het begin op een vrij primitieve wijze.

Al deze pioniers van het Vlaamse beeldverhaal was George van Raemdonck echter in de jaren twintig voorafgegaan zij het door publicaties in Nederland. Is dit de reden waarom hij hier vergeten wordt in de erelijst van striptekenaars ? Misschien wel, maar zeker ook het feit dat hij na WO II, terug in België nog maar vier stripverhalen tekende.

Voor van Raemdonck was het stripgebeuren na zijn terugkeer naar België slechts een bijkomende activiteit. Vanaf zijn vestiging in Boechout hield hij zich meer bezig met schilderen, waarvan het overgrote deel portretten waren.

Om even terug te keren naar de strips: dit begon allemaal na zijn kennismaking met de schrijver A.M. De Jong die hem binnenbracht bij het satirisch tijdschrift “De Notenkraker”. In “De Notenkraker” verschenen van hem ontelbare tekeningen waarvan vele voorpagina’s. Hierin begon hij samen met de andere tekenaars zoals Alb. Hahn jr., F. Küpper, en T. Bottema een ware kruistocht tegen het opkomende Nazisme.

Naast de vele tekeningen in het voornoemde blad begon hij ook op volle toeren boek-illustraties te maken. Dit waren nog niet de tijden van één tekening op ’t kaftje en gedaan, maar bv. in 1924 voor “Droomkoninkje” van Herman Heijermans tekende hij de voorpagina, de rug van het boek en tevens in het boek 88 tekeningen, ik heb ze zelf nageteld.

Op 2 mei 1922 verschenen de eerste stripjes van “Bulletje en Boonestaak” in de Nederlandse krant “Het Volk”. Een samenwerking tussen A.M. De Jong als tekstschrijver en George van Raemdonck als tekenaar, samenwerking die dusdanig was dat tekst en tekening mekaar perfect aanvulden. Er verschenen telkens twee plaatjes per aflevering met zeer overvloedige tekst eronder of ernaast.

De wereldreis van Bulletje en Boonestaak, de ene een dik blond jongetje en de andere een magere panlat, brengt de lezers in diverse werelddelen waar ze onnoemelijk veel personages ontmoeten.

Dit alles zeer realistisch gebracht zij het soms wel met heel grote fantasie. Zo lezen we o.a. in een artikel in het “Bulletje en Boonestaak Bulletin van december 2003 “dat van Raemdonck niet alleen een karikaturist is maar tevens een begenadigd realistisch tekenaar. Vooral in zijn illustraties bij de reizen van “Sindbad de Zeeman” schetste hij de scenes uit de Arabische wereld die soms bijna Rembrandtesk overkomen. Eigenlijk was hij in dat opzicht knapper dan Rembrandt. Die liet zich inspireren door de vele uitheemse kooplieden die in zijn tijd in Amsterdam rondliepen. Van Raemdonck miste zulke levende modellen: hij is nooit in de Arabische wereld geweest”.

In zijn artikel gaat Danny De Laet verder met te zeggen dat het slechts na het verschijnen van de boekjes van Bulletje en Boonestaak, die de verschillende stripjes van de krant bundelen, dat we komen tot de volle betekenis van de strip, bij een doorlezen ervan. Nu pas kunnen we met de albumuitgave de diepte en draagwijdte van deze strip, welke een som vaak hallucinerende, maar nooit wanhopige spiegel des tijds voorhoudt, ten volle smaken. Zowel De Jong als van Raemdonck hadden heel wat op hun lever en het is merkwaardig, als men de vele voorbeelden van andere strips uit die jaren leest, hoe totaal anders de bedoelingen van deze meer avontuurlijke en meer ontspannende verhalen waren in vergelijking met de hekel en de satire, het voortdurend afrukken van de maskers der maatschappij zoals de auteurs dat op onverbiddelijke wijze volhouden tot in 1937 wanneer aan deze strip een einde wordt gemaakt.

Ook de stijl van van Raemdonck is in contradictie met de overige strips uit zijn tijd. Even verzorgd zoniet meer dan de Engelse maar stukken vooruit op alle Nederlandse en zelfs Europese voorbeelden, wisselt de tekenaar een scherp realistisch grafisme af met sober schematisme. Hij springt van de close-up – prachtige portretten met tronies die sterk overhellen naar expressionisme – naar medium en long shots, om het in filmtechnische termen uit te drukken. En dit alles perfect getekend, rauw soms, nooit verbloemd of verzacht en in feite niet boeiend voor kinderen, maar wel voor rijpere lezers die de onverholen symboliek van de tekenaar kunnen prijzen.

In het voorwoord van de eerste boekuitgave in 1923 van Bulletje en Boonestaak verklaart A.M. De Jong het volgende:”Gedurende het verschijnen van de avonturen der wereldreizigers in “Het Volk” hebben ons meermalen protesten bereikt van verontruste menschen, in wie de zucht tot opvoeden een fanatiek karakter heeft aangenomen. Zij waren bevreesd, dat de twee snaken gevaarlijk zouden blijken voor het glazen huisje, waarin zij eerlijk meenden, dat hun eigen lievelingen moesten worden opgekweekt tot voorbeeldige, tot smettelooze, tot ware modelmenschen. Hun vrees komt ons voor een heel klein beetje ongezond, onwijsgeerig en lichtelijk amusant te zijn, getuigende bovendien van een al te star theoretisch en dogmatisch opvoedkundig begrip, dat steeds voert tot de wat griezelige vrees, zich aan koud water te branden.

“De geestelijke vader van Bulletje en Boonestaak heeft de eerlijke pretentie ook iets van de praktijk van opvoedkunde te weten. Theoretisch is hij minder vast in de leer. Herhaaldelijk mompelt hij onder het schrijven van een variant op Schaper’s gevleugelde woord en benadrukt met wreedaardige vreugde :”Maling aan de paedagogerij”. Het is een erge bekentenis, maar ze heeft het voordeel eerlijk te zijn”.

Om een beetje een indruk te krijgen van de omvang van dit stripwerk kunnen we vermelden dat George van Raemdonck gedurende de 15 jaren dat de strip liep 8.856 tekening maakte.

Na de oorlog van ‘40-’45 tekende hij in de Belgische krant “Vooruit” nog enkele stripverhalen in samenwerking met auteur en vertaler L. Roelandt. Ditmaal werden het klassieke verhalen “Tijl Uilenspiegel” in Vooruit vanaf 1964, “Robinson Crusoë”, en “Smidje Smee”. Er verschenen albums bij “De Vlam” te Gent.

Ondanks vernamen we via een radiouitzending met een interview van onze grote blues-zanger Roland Van Campenhout dat die eveneens verliefd werd op de strips van “Bulletje en Boonestaak”. Zo ziet U dat ook stilaan onze Vlaamse mensen de waarde van striptekeningen van van Raemdonck ontdekken en niet alleen maar de vele generaties Nederlanders opgroeide met dit verschijnsel.

In zijn artikel voor BWSA,  Biografisch woordenboek van het socialisme en de arbeidersbeweging in Nederland schreef Dik nas :” In 1947 had de familie Van Raemdonck zich gevestigd in Boechout, een dorp ten zuiden van Antwerpen, waar hij een bekende en geziene figuur werd, die graag en regelmatig een pintje pakte in café Sportbors op de hoek van de straat waar hij woonde. Op de achterzijde van bierviltjes tekende hij vaak met enige snelle lijnen de ‘koppen’ van de cafébezoekers. De ruim 250 viltjes kregen een plaats aan de wand van het café, waar ze enkele tientallen jaren te bewonderen zijn geweest. Vanaf 1986 wordt in Boechout tweejaarlijks een Kartoenale georganiseerd, die de naam George van Raemdonck draagt. Ter gelegenheid van de tiende Kartoenale in 2005 werd aan het voormalige woonhuis van Van Raemdonck een plaquette onthuld met de beeltenis van de kunstenaar. Het tegenover het huis gelegen parkje werd omgedoopt tot George van Raemdonckpark en er werd een monument onthuld voorstellend een schetsboek waaruit een blad omhoogsteekt waarop Van Raemdonck’s beroemdste stripfiguren prijken. De wereldreis van Bulletje en Boonestaak kwam dus in een Vlaams dorp ten einde”.  Dat Vlaamse dorp is Boechout en daar zijn we fier op.

Ronald Vanoystaeyen

Kartoenist, initiatiefnemer “George van Raemdonckkartoenale in Boechout, België”.

(geraadpleegde bronnen.: “George van Raemdonck, ambassadeur van de Vlaamse spotprentkunst in Nederland door Karel de Decker, uitgegeven in de Vlaamse Toeristische Bibliotheek, mei 1973, kaftontwerp Pil, drukkerij Het Volk te Gent, uitgave van VTB; nawoord van D. De Laet in “De boeiende en plezierige avonturen van Tijl Uilenspiegel, tekst van L. Roelandt, tekening G. van Raemdonck, De Dageraad PVBA Antwerpen; website http://www.lambiek.net/ , de Nederlandse stripgeschiedenis, George van Raemdonck; artikel in Bulletje en Boonestaak bulletin, december 2003; De spotprent in Vlaanderen van Breugel tot nu door Karel De Decker in Vlaanderen 07/08.1979). Tekst van Dik Nas in zijn artikel voor BWSA,  Biografisch woordenboek van het socialisme en de arbeidersbeweging in Nederland 2013.

________________________________________________________________

De “Bierkaartjes” van George van Raemdonck.

 

George van Raemdonck, in België maar ook in het buitenland en dan vooral in Nederland, bekend omwille van zijn zeer scherpe maar altijd zeer menselijke politieke kartoens, ook en zeker niet minder gekend als striptekenaar – de eerste in de Nederlanden – verder als begenadigd schilder en etser van landschappen, stillevens en portretten.

Minder bekend en ergens, tussen zijn andere kunstuitingen in, zijn er de “bierkaartjes”, een uitschieter, een soort link tussen zijn andere kunstvormen. Het is ook bijna symbolisch een link tussen Nederland waar hij in een zeer lange eerste periode vooral met spotprenten bezig was en de latere periode in België waar hij vooral portretten schilderde.

Lang voor Brouwerij Hoegaarden afkwam met spreuken, mopjes of tekeningen op bierkaartjes tekende George van Raemdonck op de achterkant van meer dan 250 “bierkaartjes” met materiaal dat hij steeds op zak had om een vlugge schets te maken: een stompje potlood,een eindje houtskool, wat sanguine of zelfs een gewone vulpen evenveel Boechoutse koppen, meestal zeer snel in enkele seconden of minuten, veelal zonder medeweten van de persoon zelf, gelijkend en zeer herkenbaar, maar toch dikwijls met een “ondeugend” trekje.

De bierkaartjes die jaren aan de muren hingen van café Sportbors in Boechout op nog geen honderd meter van de woning van de kunstenaar in de Dr. Theo Tutsstraat, zijn thans in privébezit.

Bierkaartjes ook soms bierviltjes genoemd omwille van de poreuze structuur eigen aan het doel van deze onderlegger voor bierglazen, zijn nu niet bepaald hét materiaal om kunst te brengen. Gezien de losse structuur van deze “kartonnetjes” (kartoentjes!) en omdat ze vele jaren in het café werden blootgesteld aan tabaksrook, zon en licht verbleekten, vergeelden of verbruinden. De tekeningen zijn bij sommige bijna niet meer herkenbaar, maar bij de overgrote meerderheid nog even schitterend als nu toch meer dan 43 jaar geleden (George overleed in 1966) andere zijn 50 jaar oud of ouder …

Destijds was het levend erfgoed, thans is het een rijk archief aan portretten van Boechoutse mensen, sommige met bekende en befaamde koppen, andere met gewone afbeeldingen van hardwerkende arbeiders of boeren. Een ding is spijtig aan deze Boechoutse portrettengalerie: de tekenaar die daar vele uren karikaturen tekende heeft, voor zover wij weten, van zichzelf geen zelfportret op bierkaartje nagelaten. Spijtig George want we hadden uw portret vooraan in de galerie willen plaatsen.

Ronald Vanoystaeyen.

(artikel samengesteld na raadpleging van : Hommage G. van Raemdonck, artikel van E. Perilleux naar aanleiding van de tentoonstelling met opening op 25.10.1986 van Fotoclub Focus van foto’s van de Bierkaartjes getekend door George van Raemdonck en na het met bewondering bekijken van de schat aan kaartjes en gesprekken met de eigenaar ervan de heer J. Ruts, destijds eigenaar Café Sportbors).

Jos Verbruggen achter de toog in “Café Sportbors” op de hoek van de Dr. Theo Tutsstraat, straat waarin destijds George van Raemdonck woonachtig was.  In de rechter bovenhoek merkt U een gedeelte van de  tentoongestelde bierkaartjes.
_______________________________________________________________________________

George van Raemdonck als keramist-beeldhouwer !

Wat nog maar weinigen weten is dat George van Raemdonck ook een enorm talent had als boetseerder.  Hij kon met zijn handen doen wat hij met zijn potlood, pen of penseel deed.  Goed voorbeeld hiervan is de plakket in brons op het monument van Vlaams Componist Jef van Hoof aan de bibliotheek in Boechout.  George boetseerde het portret van zijn vriend dat hij voordien ook had getekend.  Daarna werd er een brons van gegoten dat thans nog steeds te bekijken valt aan het voornoemde monument.

George van Raemdonck aan het boetseren.

_____________________________________________________________________

‘Kerstmis’ mooi groot schilderij van George van Raemdonck welke zich bevond in de kapel van het ‘Vijverhof’,  de home in Boechout  waar hij zijn laatste dagen doorbracht, op 15 november 2014 is ze door ACW, eigenaar van dit werk,  overgebracht naar en overgedragen aan Huize Stracke, Borsbeeksesteenweg 45, waar ze in de kapel hangt, zeker een bezoek waard.

 

_________________________________________________________________

Tekening, houtsnede of lino van George van Raemdonck, voorpagina ‘Het jonge Volk’ 22.12.1921.

_________________________________________________________________

__

mooie paastekening George van Raemdonck.

__________________________________________________________________

Tekening van George van Raemdonck gepubliceerd in ‘De Notenkraker’ op 23.12.1922, schijnbaar nog steeds actueel  (drawing of George van Raemdonck publiced in ‘De Notenkraker’ on 23.12.1922, still up to date (!))

 

 

 

 

 

 

Comments are closed.